Studentenhuis

Er was eens een studentenhuis waar gasboetes bij het oud papier werden gegooid. In het huis woonde een gemeenschap, een dynamisch samenraapsel, afkomstig van zo’n beetje overal. Ze hadden zich gedoopt met een geuzennaam.

Het was er een pluralistisch gebeuren. Zo waren er oudgeborenen en jongen van geest, zondagskunstenaars en advocaten van de duivel, proleten en Samaritanen, vegetariërs, dieren, atheïsten en profeten. BV’s en anoniempjes, Quazimodo’s en Esmeralda’s, wereldreizigers en provincialen. Gespuis van alle generaties. Enkelen bleven er jaren hangen, anderen zwermden uit tot in de verre hoeken van de wereld. Maar allen hadden ze één ding gemeen: in dat huisje waren ze met open deur ontvangen, ze hadden er gelachen en zich op hun plaats gevoeld, hadden er aan zelfbedachte gezelschapsspelletjes meegedaan, tongen gedraaid, de geopolitieke situatie opgelost, meegebruld met Hey Jude en overgegeven. Daarna waren ze in slaap gevallen in lang vergeten hoekjes of hadden de zon zien opkomen boven de goede voornemens van de avond voordien. De gemeenschap van het studentenhuis was apetrots op haar stek.

De wereld buiten kroop rustig verder. Langs dagen van katers en katers van dagen, lachen, huilen, en dansen op Wim Soutaer. Wie aan punten dacht, die miste het punt. Kaartjes van uitgeweken huisgenoten sierden steeds talrijker het prikbord aan de muur. Op dat prikbord kwam alles nog een keer samen, in hetzelfde verhaal, tot het op een dag naar beneden kletterde onder het gewicht.

Niemand weet nog waar dat huis zich bevindt, in het geval dat het nog steeds bestaat.

Misschien ergens in het enorme gebied van een collectief geheugen.

Bio

Maxim Ryckaerts (°1991) is actief als beeldend kunstenaar en schrijver. Zijn wekelijkse column leest u hier, in WeekUp.

U zag deze toch ook?

Schrijf je ook in voor onze wekelijkse nieuwsbrief