Staal

(Getuigenis van W., voormalig fabrieksarbeider, kerstperiode 2016.)

“Voor ik met dit … dit gedoe mijn geld verdiende, werkte ik in een grote fabriek. Met de nachtploeg kookte ik staal dat ik in diepe mallen liet stromen. Bij het blussen piepte en siste het gelijk stervende beesten. Ik boog het om tot lussen en spiralen, gloeiende blokken stampte ik zo plat als papier onder de automatische plethamers. Mijn collega’s, dat waren prima kerels. Weinig zegs, dat wel, maar prima. Kabaal was er toch al meer dan genoeg met al die zware machinerie. Ja jong, dat waren nog eens venten met poten aan hun lijf: grote, ruwe, zwartgeblakerde kolenschoppen. Nu zie ik enkel nog van die kleine, witte handjes. Griezelig, man.

Ondanks de strenge regels gebeurde er wel eens een ongelukje. Dat kan ook niet anders: de maten en gewichten waarmee wij werkten: daar kun jij je niets bij voorstellen, vriend! Soms viel er bijvoorbeeld een druppel kokend staal op een arm, dan rook het eventjes naar biefstuk, of er vloog een vonk dwars door een veiligheidsmasker in een oog, zo van die dingen. Maar de pletters, die zijn het gevaarlijkst. Als je daar met je hand tussenkomt ... Nog een geluk dat het mijn linker was.

Na de revalidatie wou ik terug, terug naar het staal, maar dat kon natuurlijk niet. Ik vond geen werk, werd depressief … Uiteindelijk heb ik dit dan maar aangenomen, bij gebrek aan beter. Ik mocht meteen beginnen vanwege mijn postuur. De kinderen vinden het pak en de baard geweldig, ik niet zo. Ik moet met dat achterlijke belletje zwaaien en “Hohoho!” roepen. En de prothese valt zo op onder de witte handschoentjes. Uit een jutten zak moet ik snoep uitdelen, dat leg ik dan in die bleke pollekes. Wat doe ik hier eigenlijk?”

Bio

Maxim Ryckaerts (°1991) is beeldend kunstenaar en leerkracht, werkt in Antwerpen en Gent en schrijft een wekelijkse column voor WeekUp.

U zag deze toch ook?

Schrijf je ook in voor onze wekelijkse nieuwsbrief