Propje

Straathoekscène in ruige buurt. We kijken klam bij valavond. Ruwe mannen waken in nissen, smalle rattenkoppen in bontkraag, reuzeventen met armstammen zijn brosgeschoren. Zwarte vegen op hun handen. Littekens en eenbrauwen. Tatoeages. Een ademwolkje uit een vuist. Ze turen in de schemerte, vermoeden misschien kansen of gevaar. Wie weet wat hen getekend heeft. Ik vul het in met Balkanoorlogen en agressieve vaders, verslaafde vrouwen en liquidaties. Mensensmokkel, drugskartels. Illegale handeltjes langs de ranzige paden van de wereld.

Op de hoek kruisen nu twee zo’n mannen en brommen nors hun groet. Een van hen verfrommelt iets en gooit het propje op de grond, achteloos. De ander, die groter en geblokter is, aanschouwt het en fronst boos. In een vreemde taal roept hij “Raap op!” en wijst met grote vinger. De ander kijkt verbouwereerd. Een plots moment van dense spanning. De aders kloppen in hun nek. Zal er een gevecht komen?

Oef nee, de reus ontspant en buldert luid. Ook de ander exhaleert, grinnikt, beslaat zijn been en gaat weer voort, zichtbaar opgelucht.

De potige draait nu maar wat rond. Is het zijn standaard achterdocht? Nee, er is iets anders. We zien hem aarzelen. Voorzichtig bukt hij naar het propje en neemt het in zijn klauw. Dan kijkt hij op, sprint naar een vuilbak en gooit het weg. Hij lijkt … lijkt stiekem trots te wezen. Zijn eenbrauw maakt een kleine sprong. Zo snel als hij gekomen was verdwijnt de bonk weer in een nis en waakt vanuit zijn schaduwplek. Misschien kijkt hij gelukkig nu, naar zijn nette stukje straat.

Bio

Maxim Ryckaerts (°1991) is actief als beeldend kunstenaar en schrijver. Zijn wekelijkse column leest u hier, in WeekUp.

U zag deze toch ook?