Infidels

Wie kent haar naam? Ze werkt in het weekend, studeert iets cultureels, leest graag tweedehands Russen. Werkt tot de vogels fluiten, wordt nagefloten, ziet ruwe manieren van stamgasten, zoekt daarin naar schoonheid. Ruwe handen. Ze is bijna een schoonheid, voor de stamgast is ze een prinses, heeft nog al haar tanden, jong, te oud voor dit. Haar thesis gaat over de nacht der tijden. Een oud verhaal. De kwade gasten sussen. Haar thee is koud, tijdens het werk drinkt ze thee. Tijd voor een bitter zeg schatje breng nog eens een glas, zegt de ruwe man, oud, pak zelf ook wat. Ze lacht maar half, schenkt in. Schikt zich in de rol, rolt met haar ogen, kijkt naar het scherm. De mannen aan de kast zijn beesten, geloven nergens in, ze houdt van dieren, heeft er een paar. Ze geeft ze wat te drinken, voedert de beesten en de dieren. Er knort er eentje. Ruwe haren. Haar opvoeding was goed. Hoe veel ze ook studeert of leest, ze is een wicht voor de baas die snauwt. Doe dit! Ze doet dat. De baas kijkt bitter, was ooit zelf een prinses, las de Russen én de Fransen, oud. Hield van kussen en van dansen, kijkt neer op personeel. Toch werkt ze door, ze wil gewoon de huur betalen, leent haar oor. Wie kent haar naam? Kijk, ze zet een wiek in vlam. De nacht is lang, de harten slapen. Weer het scherm, een uur, voorbij. Ze draait een plaat, de jaren tachtig, daar houdt ze van, dat is niet mis, de kaarsen. Alles wiegt op de muziek, haar hand droomt in het afwaswater. Het glas dat zingt, de boxen. What’s a sweetheart like yooou, doin in a dump like this?

Bio

Maxim Ryckaerts (°1991) is beeldend kunstenaar en leerkracht, werkt in Antwerpen en Gent en schrijft een wekelijkse column voor WeekUp.

U zag deze toch ook?

Schrijf je ook in voor onze wekelijkse nieuwsbrief