Bal

Een klein jongetje speelde eens voetbal met zijn vriendjes. Hij kreeg een mooie voorzet en trapte zo goed als hij kon, maar de bal belandde ergens hoog in een boom in plaats van tegen de netten. Iedereen vervloekte het schot en de keeper commandeerde: “Ga zelf maar halen!”

Onder enthousiaste aanmoedigingen begon het jongetje te klimmen. De boom was een knoestige, oude reus en had een enorme stam met veel kronkelige uitstulpingen waaraan hij zich stevig vast kon houden. Een gat in de schors, volgepropt met twijgjes, vormde een nest zonder bewoners. Bij de takken aangekomen keek hij neer op zijn kleine vrienden die riepen of hij de bal kon zien. Dat kon hij niet, dus klom hij nog een eindje verder.

De wind werd fel en zijn vrienden veranderden in verre kaboutertjes. Ze brulden iets onverstaanbaars en het jongetje zwaaide opgewonden terug. Wat zat hij hoog, even hoog als de vogels! Hij klauterde behendig van tak naar tak, dat ging verbazingwekkend vlot. Voor hij het wist zag hij zijn huis en de straat en de stad en de ronding van de aarde. Die zwarte stipjes, waren dat zijn vrienden? Je kon ze nog amper onderscheiden van elkaar.

Onderweg passeerde hij vliegtuigen en wolken, fijne ijskristalletjes besloegen de bladeren. De lucht werd heel donker blauw, en dan zwart met daarin een felle, schitterende zon. Alles werd stil, alleen de stam kraakte ingetogen als een wiegend schip. Daar beneden lag slechts een lappendeken, grenzend aan de oceaan en schijnbaar zonder bewoners.

De bal vond hij pas terug in de bovenste takken, aan de uiterste rand van de atmosfeer. Het ding was plat, gebarsten en met mos begroeid, net of het daar al jaren lag, en het jongetje dacht: “Wat vreemd, ik voel me zo ongelofelijk oud.”

Bio

Maxim Ryckaerts (°1991) is beeldend kunstenaar en leerkracht, werkt in Antwerpen en Gent en schrijft een wekelijkse column voor WeekUp.

U zag deze toch ook?

Schrijf je ook in voor onze wekelijkse nieuwsbrief